Elke CAO heeft een looptijd voor bepaalde tijd. Dit is maximaal vijf jaar. Aan het einde van deze periode eindigt een CAO van rechtswege of door opzegging. Dit is afhankelijk van dat wat er in de specifieke CAO is afgesproken. Aansluitend wordt er opnieuw een CAO voor een bepaalde tijd aangegaan.
Over het algemeen wordt er door zowel de werkgeverszijde als de werknemerszijde, voorstellen gedaan waarover tussen beide wordt onderhandeld. Uit deze onderhandelingen ontstaat dan een nieuwe CAO. Vakbonden en werkgeversorganisaties spelen in dit hele onderhandelingsproces een actieve rol.
Als de werkgever (of de werkgeversorganisatie waarvan hij/zij lid is) partij is bij een CAO, maar de werknemer niet, is de CAO toch van toepassing. Als een CAO van toepassing is, dan gelden de bepalingen die daarin staan. Als de CAO een minimum karakter kent, dan is het wel toegestaan om in een bedrijfsregeling of individuele arbeidsovereenkomst af te wijken van de CAO. Maar dan alleen ten gunste van de werknemer. Let op: afwijkende afspraken die ten nadele voor de werknemer uit pakken, zijn nietig.
In een CAO kunnen dezelfde soort afspraken worden vastgelegd die normaal gesproken in een arbeidsovereenkomst staan. In de arbeidsovereenkomst wordt vaak verwezen naar de CAO die van toepassing is. Je kunt hierbij denken aan:
|
|